Ode aan zeeland

Van kinds af aan kom ik al in Zeeland. Ingepakt in een dikke winterjas en met een wollen mutsje tot ver over mijn blonde krulletjes getrokken. Want nee, wij gingen niet naar de Nederlandse kust wanneer het hoog zomer was. Maar wanneer je echt van de kust kan genieten, wanneer je de wind hoort waaien en de zee hoort ruizen. Met kleine rode laarsjes aan mijn voetjes en gewapend met emmer en schep rende ik gillend van plezier achter mijn grote broer aan. Op zoek naar kwallen, krabbenpootjes en schelpen. En op jacht naar meeuwen die ons altijd te snel af waren. Met kriebelende zandtenen en met emmertjes vol stinkende, dode beestjes kwamen we op het einde van de dag zelfvoldaan thuis.

En nu, jaren later, is het nog altijd feest wanneer er een tripje Zeeland op de planning staan. Wanneer de eerste windmolens aan de horizon verschijnen gaan de autoramen open en worden de neuzen naar buiten geduwd. “Zeelucht” klinkt het met een tevreden zucht door de auto. Er is niets zo fijn als even wegwaaien aan zee. Even helemaal niets. Alleen de zee en ik. De wind die onverstoorbaar met mijn haren speelt, de zoute smaak op mijn lippen. Ik wurm mijn tenen in het koele, zachte zand. En terwijl ik stiekem even mijn ogen sluit, varen gedachten geruisloos weg over de golven van de zee.
Heerlijk.

Ricoh_Zeeland_04

Ricoh_Zeeland_02

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *